Ken je dat gevoel dat je in een situatie zit waar je eigenlijk nooit voor hebt gekozen?
Hij was midden 20 toen zijn vader stierf. Geen tijd om te rouwen. Geen tijd om na te denken. Het bedrijf stond te wachten. En hij stapte in — niet omdat hij het wilde, maar omdat er niemand anders was.
Twintig jaar later stond hij aan het hoofd van een financieel kantoor met meer dan 200 medewerkers. Groot. Succesvol. En hij was boos. Niet zelden, maar vaak. Op mensen die niet deden wat hij zei. Op afdelingen die zijn opdrachten lieten versloffen. Op een organisatie die hem niet begreep. Zijn eigen woorden: “Ze zijn zo glad, ze glippen me telkens weg.”
Zijn zus werkte er ook. Zachter. Warmer. Toen zij een nieuwe kamer kreeg, hing het personeel de schilderijen op, zette plantjes neer, legde de boeken in de kast. Gewoon, omdat ze wisten hoe ze het fijn vond. Bij hem? Daar stond het meubilair netjes. De computer aangesloten. De schilderijen netjes op de grond tegen de muur, in een hoek. Uit angst het verkeerd te doen werd er niks opgehangen.
Twee mensen in één bedrijf. En allebei op de verkeerde plek.
Want wat bleek als je doorvroeg? Als je de laag optilde die zich in twintig jaar had opgebouwd. Dat hij nog altijd die HEAO-er was die buiten wilde zijn. Tussen de mensen. Deals sluiten. Handen schudden. Een marktkoopman. Dat verlangen was nooit weg gegaan. Het had zich alleen verstopt achter een rol en een pak die hem nooit pasten.
En zij? Zij was al jaren de financieel manager geweest. Terwijl de hele organisatie naar haar toe trok als naar een magneet. Mensen liepen bij haar naar binnen. Niet met cijfers — maar met zorgen, ideeën, frustraties. Ze was de stille kern waar het bedrijf eigenlijk omheen draaide.
Één vraag, een uitnodiging: “Waarom neem je die rol die je verlangt niet hier, in jouw eigen bedrijf?”
Het bleef even stil. En toen langzaam, ….daalde het in.
Ze kozen voor een nieuwe ordening. Hij naar buiten: voordeur open, blik op de horizon, op zoek naar nieuw werk. Zij naar binnen: de mensen, de organisatie, de warmte die ze al jaren gaf maar nooit officieel mocht dragen.
Een jaar later spraken we elkaar over de resultaten. De organisatie kon de stroom nieuwe opdrachten niet meer bijhouden. Het mocht vertragen. Soms is de grootste verandering niet een nieuw systeem of een nieuw plan. Soms is het gewoon: ‘eindelijk op de goede plek staan’.
Onze rol was niet om te vertellen wie wat moest doen. We brachten geen perfect reorganisatieplan mee, geen functieprofiel, geen adviesrapport.
Wat we wel meebrachten was de bereidheid om door te vragen waar anderen ophielden. Om te blijven zitten bij wat ongemakkelijk was. Om samen te kijken wat er werkelijk speelde, onder alle lagen.
Systemisch werken betekent voor ons: zien waar iemand staat, en zachtjes vragen of dat ook de plek is waar hij of zij hoort te staan.
Herken jij dit in jezelf, in jouw organisatie? Staat iemand bij jou op de verkeerde plek? Wij gaan graag met je in gesprek. Niet om antwoorden te geven, maar om samen de juiste vragen te stellen.
Dat is ons werk. Dat is wat ertoe doet.
Meer weten? Kijk op https://wendyenkloezen.nl/inspiratie/

